Sandra Feiken

Wanneer ik een schilderij opbouw weet ik niet van te voren waar het heen gaat, doordat ik me door de techniek laat leiden. Maar dan komt er op een gegeven moment een punt waarop zich een ‘wereld’ openbaart. Mijn verbeelding wordt op zo’n manier gestimuleerd dat ik het idee heb dat ik in het schilderij zou kunnen stappen. Dan is het doek geen plat vlak meer, maar opent het zich voor mij, en is het een plek waar ik op dat moment ben en kan zijn. Het is geen realistische plek, maar eerder een innerlijk ‘landschap’, een droomwereld, een associatieve wereld waar niets met zekerheid te duiden is.

Het afgelopen jaar ben ik gefascineerd geraakt door de Chinese landschapsschilderkunst van rond 500 n. Chr. De Chinese meesters kennen de term ‘woyou’. Dat betekent ongeveer ‘liggend reizen’, ‘het mentaal er doorheen reizen’, ‘droomreis’. Het reizen in de verbeelding. Voor hen was het geschilderde landschap een vervanging van echte plekken, en de kijker of schilder kon zichzelf daar naartoe transporteren door middel van de verbeelding en de fantasie. Dit komt heel erg overeen met mijn ervaring tijdens het schilderen. En waarvan ik hoop dat deze ervaring ook opgeroepen wordt tijdens het kijken naar mijn schilderijen.

Het proces van het schilderen is heel belangrijk. De verf is altijd sterk verdund, ik veeg veel weg, en het schilderen zelf is niet gebonden aan alleen een kwast. Ik schilder met diverse materialen die ik tegenkom en waarvan ik denk dat ik ze kan gebruiken, dat maakt dat er vormen ontstaan die ik niet had kunnen bedenken. Vormen die op allerlei manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Dat geeft een zeker gevoel van vrijheid en vooral van mogelijkheden. Ook werkt het stimulerend voor de verbeelding. Deze schildermethodieken dienen als doel om een landschapachtige ruimtelijkheid te creëren die nog niet te definiëren is. Een ruimtelijkheid die de beschouwer uitnodigt zich daarin als een avonturier te begeven en deze te onderzoeken.