Daniel Overbeek

nr. 31
Een terugkerend thema in mijn werk is de stad die op het eerste gezicht, afgaande op haar uiterlijk, kil en anoniem oogt maar in welke zich oneindig veel verhalen voltrekken. In … heb ik deze gedachte verwerkt in een collage achtige stopmotion film. De beelden tonen een stad bij nacht in welke de toeschouwer een zwevend/observerend standpunt inneemt. De timelapses en de afwezigheid van mensen maken dat de stad zich machinaal gedraagt. Het geluid wekt echter de indruk dat er wel degelijk menselijke activiteit schuilgaat in de wereld die ik toon. Suspense is een belangrijk element binnen deze dynamiek. Anders dan we gewend zijn is de suspense in … gelijkmatig verdeeld en blijft een ontlading uit. Dit versterkt het idee van de stad als machine.

I'm not really there am I?
Toen rond 1900 de romantiek hoogtij vierde ontstond er binnen de literatuur die zich bezig hield met het sublieme/unheimliche iets dat een schauerroman genoemd werd. In het Nederlands vertaald is dat griezelroman. De helden en heldinnen in deze schauerromans werden aan de lopende band onderworpen aan een reeks ervaringen waar de kunstliefhebber vandaag de dag enkel van mag dromen. Dan weer stonden ze op een of andere rots verheven te zijn, vervuld van extase, dan weer bevonden ze zich in een griezelkelder een unheimliche ervaring te ondergaan. Die griezelkelder, hoe knullig dat nu misschien ook klinkt, fascineerde me. Schimmige, labyrinth achtige omgevingen werden het uitgangspunt voor dit werk. Desoriëntatie. Het niet kunnen vertrouwen op visuele waarneming. De film is first person gefilmd als zijnde een stel ogen. Er is echter een groot deel van de tijd niets tot nauwelijks iets te zien wat maakt dat het moeilijk te bepalen is waar je je begeeft. Maar je bent ergens. Het geluid bevestigt dat. Het geluid is constant en brengt je ergens naartoe. Wat ik heb gedaan is alles dat ik tijdens het filmen dacht te horen, opnieuw, laag voor laag, in elkaar gezet. Kort gezegd heb ik omgevingsgeluid nagebootst. Het enkel kunnen vertrouwen op geluid vinden we eng. Het gaat dus over beklemming. Maar uiteindelijk gaat het ook over de bereidwilligheid mee te gaan in het beeld. De bereidwilligheid ons er mee te identificeren.