Mia Schroer

Mijn werkstukken zijn ensembles en combinaties, die uit alledaagse voorwerpen en objecten bestaan. Als grondstof voor mijn combinaties gebruik ik allerlei soorten gevonden voorwerpen die ik soms als object trouvé inzet. Dit kunnen bijvoorbeeld snippers, bezems, houtplankjes, doosjes, meubels en oud beeldmateriaal zijn. Voorbeelden zijn makkelijk om te noemen want ik werk er eigenlijk met alles. Mijn voorkeur geef ik vooral aan bijkomstige afval materialen. Hoe belangelozer en niet opdringerig een voorwerp is hoe interessanter voor mij om er een beeldende uitdaging in te zien.
Mijn artistieke motief is te vinden in het verminkte, het opsporen van het onopgemerkte van de dingen die wij mensen aan de zijkant laten liggen. De vraag naar “wat wij zien en wat wij niet zien “ kan daarbij een handelingsprincipe worden. In deze context past de waarnemingsfilosofie van de Franse fenomenoloog Maurice Merleau-Ponty goed bij mijn werk, omdat voor hem de “beleving” van “de dingen” van belang is. Voor hem is de situatie van de kijker, die met zijn lichaam verbonden is, het uitgangspunt voor de waarneming van de wereld. Om te voorkomen dat het leven geen chaos wordt, koppelen wij objecten aan menselijk gedrag. Wij zijn daardoor in staat om de grenzen van vormen te overschrijden en onze fantasie los te laten op de dingen die wij tegenkomen in ons dagelijkse leven. Een persoonlijke ervaring met de voorwerpen, die ik gebruik is dus van belang tijdens het creëren van werk. Hierbij gaat het om de beleving en ondervinding die ik ervaar wanneer ik met het materiaal aan de slag ga. Het zoeken, uitpluizen en rommelen zijn voor mij esthetische ervaringen geworden. Deze wisselwerking tussen individu en object verleidt mijzelf tot handelen. Mijn kunstwerken zijn daardoor scenario's van onzinnige voorvallen.
Een vraag die tijdens dit proces bij mij opkomt is: “Wanneer vervalt onze beleving van het alledaagse leven in een absurd gebied? Ik probeer het gewone te ontwrichten en het alledaagse een slag te geven zo dat de verhouding van vorm, inhoud en functie aan het wankelen wordt gebracht. Om in een poging de kijker vast te pakken en op een ander spoor te brengen.
Het gaat in mijn werk dus niet zozeer om een “idee” of symbolische waarden. Kunst is voor mij absoluut geen product van een keurige planning. Het ondervinden van schoonheid mag voor mij uit een onverwachte komen.