Loeke Meijlink

‘Je tekent zo beroerd dat je er maar een stijl van moet maken.’ Dit commentaar kreeg ik in mijn tweede jaar op Minerva. Goed begin van je academietijd niet?

Een tijd lang voelde tekenen als overleven. Hoe maak je een goede illustratie als je helemaal niet kan tekenen? Het was ploeteren, regelmatig gaf ik het op, maar ik sloeg me er uiteindelijk doorheen en begon het beruchte commentaar steeds beter te begrijpen.
Want waar ging het om? Ik moest van mijn zwakte mijn kracht maken, de antiheld onder de illustratiestudenten worden. ‘Je tekent zo beroerd dat je er maar een stijl van moet maken,’ is het motto van mijn academietijd geworden.

Al vroeg in mijn studietijd kreeg ik interesse in de strip. Met name het graphic novel-genre sprak mij aan. Dat strips niet alleen maar grappige verhaaltjes voor kinderen hoeven te zijn, maar van literair niveau kunnen zijn vond ik fantastisch. Zelf begon ik ook met het schrijven en tekenen van korte verhalen. Ik probeer in die verhalen het alledaagse leven weer te geven. Eenzaamheid, onzekerheid, klunzigheid, luiheid, het zijn dingen waar we allemaal wel eens last van hebben, maar waar we niet per se trots op zijn. In mijn verhalen probeer ik juist die dingen weer te geven.

We zijn allemaal wel eens een beetje een sukkel. Maar is dat erg? In mijn praktijkproject onderzoek ik dit. Ik maak een glossy waarin het niet gaat over perfecte mensen, gezond eten, de slanke lijn en de mooiste kleren, maar over het gevoel van falen, en hoe zich dit op allerlei manieren uit. Door middel van artikelen, tekeningen, strips, ironie, humor en autobiografische elementen probeer ik antwoord te geven op de vraag: hoe word je de antiheld van je eigen leven?

Daarnaast onderzoek ik in mijn (visueel) essay diverse fictieve antihelden. Van de Griekse Mythologie tot de bijbel tot vele televisieseries nu bekijk ik waar helden en met name antihelden te herkennen zijn en wat hun eigenschappen zijn. Hoe heldhaftig is een superheld eigenlijk? Zou je Jezus een antiheld kunnen noemen?